Leestafel

Tijdens de BIM Masterclass van KUBUS in Amsterdam kwamen vorige week in een mooie ambiance diverse sprekers aan het woord waaronder BIM-expert Danny Pietersen van Pieters Bouwtechniek. Hij sprak aan de hand van een wandligger van beton over een dilemma waar het bedrijf regelmatig mee worstelt.

Als constructeur benadert Pieters wanden vanuit de constructieve functie en in dat perspectief is de wand in dit voorbeeld één ongedeeld element. Maar naast die constructieve functie heeft die wand natuurlijk ook andere functies zoals in dit geval de ruimtescheidende functie. Aan weerszijden van die wand liggen immers ruimtes en die stellen elk hun eisen aan de ruimtescheidingen. Vanuit die ruimtescheidende functie ontstaan er fictieve delingen in die wand, legde Pietersen uit. Elke geleding van de wand heeft een eigen brandwerendheideis en een eigen akoestische eis.

Tot overmaat van ramp waren de geledingen vanuit de akoestische eisen en de brandwerendheid niet gelijk. Pieters is in dit project gevraagd om de wand op te splitsen naar de eisen voor brandwerendheid. Maar als Pieters dat doet, geeft dat problemen in de software waarin de constructieberekeningen worden gemaakt. Daarin worden de aparte delen dan immers als een losse wand herkend en als zodanig in de berekening opgenomen. Maar het constructieve concept van één doorlopende wandligger gaat dan verloren. En dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn.


Juiste oplossing

De eis voor brandwerendheid van de ruimtescheiding is geen eis aan de constructieve wand. Het is een eis aan de ruimtescheiding. Voor de discussie laat ik even in het midden welke exacte definitie van de brandwerendheid wordt gehanteerd. Bijvoorbeeld: tussen ruimte 1 en ruimte 2 moet 30 minuten brandwerendheid worden gehaald en tussen ruimte 3 en ruimte 4 moet 60 minuten worden gehaald.

De wand van Pieters loopt als één wand door en passeert beide ruimtegrenzen. Vanuit de wens om te kunnen controleren of de brandwerendheid is gehaald, wordt gevraagd om de betonwand te splitsen. Maar dat is niet de juiste oplossing.

  





De juiste oplossing is om de eisen aan de ruimtescheidingen vast te stellen als een eigenschap van de ruimte, en niet als een eigenschap van de wand. De analysesoftware zoals Solibri of Navisworks kan dan checken of de door Pieters gemaakte wand tussen de ruimtes wel of niet de vereiste prestaties levert.


Thermische isolatie

Dan nog een ander punt. In dit voorbeeld is Pieters dus gevraagd om zijn wand op te splitsen om te voldoen aan de eisen voor brandwerendheid. Maar zou het gaan om de eisen aan de thermische isolatiewaarde, dan was die vraag waarschijnlijk niet gesteld. En dat is bijzonder want het fenomeen brandwerendheid is identiek aan thermische isolatie. Die kan immers ook per ruimte verschillen. Bij thermische isolatie-eisen zijn we gewend dat meerdere objecten die prestatie samen leveren. Bij controle op de prestatie worden de eigenschappen van al die objecten bij elkaar opgeteld en vergeleken met de eis die daaraan wordt gesteld. Ik denk niet dat Pieters ooit een vraag heeft gehad of zij de dikte van een betonwand wilden vergroten totdat de vereiste thermische isolatiewaarde werd gehaald. Dat is het probleem van Pieters namelijk niet. En dus geldt dat eigenlijk ook voor de brandwerendheid van de wand.


 










Eisen van bezwijken

Uiteraard moet Pieters controleren of de betonwand voldoet aan de eisen uit het bouwbesluit ten aanzien van bezwijken. Maar dat is een andere controle dan die van de brandwerendheid van de scheiding tussen twee ruimtes. En zelfs dan is de oplossing niet om aparte wanden te modelleren, maar om de zwaarste eis aan een deel van het object toe te passen op het gehele object. De oplossing is dus niet de objecten die als één object worden gemaakt fictief te delen, maar om de controle op de eisen en prestaties slimmer aan te pakken. En dat kan uitstekend.

 

Op 8 november ben ik een van de sprekers tijdens de BIMPraat sessie over een vergelijkbaar onderwerp. De vraag is wie binnen een project waarvoor verantwoordelijk is en op welke wijze dat in het (BIM-)proces juridisch is geregeld. Dat belooft een mooie middag te worden met levendige discussies. Tot zien op 8 november bij deze BIMPraat.


Deze opinie is ook verschenen op de website van Het Nationaal BIM Platform. Aanmelden voor de BIMPraat kan online.

0

Leestafel

Eind 2017 heb ik een gerenommeerde aannemer in de kop van Noord-Holland begeleid bij het optuigen van clashcontroles. Het bedrijf heeft dat destijds serieus aangepakt en de directie liet duidelijk zijn commitment zien door af te trappen.

Na de introductie en training met de software was het dan zover. De modellen werden gescreend. De focus lag op de leveranciers van de casco-onderdelen; de hoofddraagconstructie, het dak en de gevels. De BIM-coördinator/ BIM-regisseur van de aannemer heeft veel gevoel voor de materie en zocht ook zelf alles uit. Hij wilde niet alleen het kunstje kennen, maar ook de theorie erachter. De clashcontroles zijn dus zorgvuldig uitgevoerd. En daarna werden de onderdelen in productie gegeven. So far, so good.

Tot ik onlangs werd gebeld:

“Hey Bruno, met Maurice. Heb je even?”

“Ja hoor, wat speelt er?”

“Nou de eerste Kango is op het werk!!”

“Wat zeg je nou, Maurice? Hoe is dat gegaan?”

Al snel werd duidelijk dat de Kango niet had moeten komen. Wat was er gebeurd?  De uitvoerder moest een stalen balk monteren maar die paste niet in de daarvoor gereserveerde wandopening. Dus liet hij de opening wat ruimer hakken. Net op dat moment kwam Maurice op de bouw aan. En hij vroeg dus wat er aan de hand was. “Ja”, zei de uitvoerder. “De stalen balk is te lang. Maar het is bijna gefikst hoor.”

“Dat kan niet”, zei Maurice. “Weet je zeker dat je de juiste balk hebt gepakt.”

En hier gaat het mij nu om. Nee, het was niet de juiste balk. De uitvoerder had er gewoon niet bij stil gestaan dat het ook wel eens foutloos zou kunnen gaan. Hij is zo gewend aan (kleine) maatafwijkingen tussen de verschillende bouwdelen dat hij automatisch aangenomen had dat het nu ook zo was. En dus heeft hij direct het probleem aangepakt.

‘Het zal wel niet kloppen’

We hebben door de ervaringen uit het verleden een rotsvaste overtuiging dat het ‘toch wel niet zal kloppen’. BIM of niet. Probeer dat maar eens uit de routines te krijgen. Gelukkig was de BIM-coördinator er op tijd bij. De andere balk zou namelijk te kort geweest zijn voor de volgende wandopening. En dat is net even lastiger. Nog los van de installatievoorzieningen en dergelijke.

Kango-huur

De kern van het verhaal is dat we zo gewend zijn aan maatafwijkingen, dat we dat als normaal beschouwen. En dus helemaal niet schrikken van een maatafwijking, maar gewoon direct het probleem oplossen. Vanaf nu moeten we wennen dat alle onderdelen standaard wel foutloos passen. En gaan we het raar vinden als iets niet precies past. De uitgaven aan Kango-huur moeten omlaag. Sorry aan de Kango-verhuurders, maar waar gebimd wordt vallen spaanders. Van het gespaarde geld kunnen we dan weer BBQ-sets huren.


Deze column is ook geplaatst op Het Nationaal BIM Platform.

0

Leestafel

Een paar weken geleden sprak Leon van Berlo in Hotel New York in Rotterdam tijdens één van de roadshows van Kubus. Hij vergastte het publiek op, zoals hij zelf zei, op enkele ‘wellicht prikkelende zienswijzen’.

Een aantal stellingen en uitkomsten van het onderzoek van Van Berlo was inderdaad afwijkend van het huidige algemene beeld van BIM. Om er een paar te noemen:

 ● Werken in een Central model is nooit de bedoeling geweest.

 ● Werken in een Central model werkt meestal niet.

 ● Modellen graag zo leeg mogelijk. Data verbinden door de eigenaar van de informatie. Nog experimenteel.

 ● BIM-protocol? Meestal staat er een regeling in van hetgeen al geregeld is en even zo vaak staat er niet in wat wel geregeld moet worden. Aanvullend worden de projectleden bekneld door regelingewn die niet bij hen passen. Drie keer niks eigenlijk.



En tot slot:
 ● Laat je niet een standaardregeling opleggen onder het mom van ‘We moeten niet steeds het wiel uitvinden’. We moeten namelijk wel heel vaak het wiel uitvinden in projecten. Niet het fenomeen wiel moet worden uitgevonden, maar wel het wiel dat goed past op de gekozen of gewenste wijze van samenwerken in dit specifieke project. Het voorgeschreven wiel past meestal niet op alle projectkarretjes.

Van Berlo vindt het vervolgens belangrijk de BIM-protocollen kort en simpel te houden. De kern van zijn boodschap: BIM gaat over het uitwisselen van informatie. De informatie die uitgewisseld moet worden, is bedoeld voor een bepaalde gebruiker. Stem de inhoud van de IFC daar dus op af. Hoe eenvoudig wil je het hebben? En om te weten wat de ander nodig heeft, kun je dat het beste aan de betrokken partij vragen alvorens de IFC-export te maken. Ideetje?

 

BIM op basis van een businesscase
Om de toehoorders een extra hart onder de riem te steken liet Van Berlo de uitkomsten van een onderzoek zien waaruit bleek dat Nederland goed scoort op de BIM maturity schaal. Daarin werd niet heel ingewikkeld allerlei fictieve niveaus van BIM beoordeeld, maar heel eenvoudig de mate waarin gezamenlijk samengewerkt wordt op basis van open BIM.

Uit datzelfde onderzoek bleek dat Nederland die voorsprong heeft, en waarschijnlijk ook verder zal uitbouwen, omdat samenwerken met BIM hier gebeurt op basis van een gezonde businesscase. Dus niet omdat het van overheidswege is opgelegd. BIM heeft dus nut heeft voor (bijna) elke deelnemer. Bottom up versus top down.

Na krap één uur waren de belangrijkste vragen over BIM van een doeltreffend antwoord voorzien. En de dag was nog jong. Om eerlijk te zijn, had ik deze bijeenkomst bijna laten schieten om wat uurtjes zon op het strand mee te pikken. Die komen nog wel een keer. Dit is in the pocket.


* Maverick: een deskundige met een vaak eigen zienswijze, buitenbeentje.

0