Leestafel

Het BIM Instituut was op donderdag 14 maart samen met Joost Wijnen van Synchro4D gastspreker tijdens de eerste BIMPraat van Het Nationaal BIM Platform. Het was een succesvolle middag met veel interactie met de deelnemers. Oprichter Ed den Boer van Het Nationaal BIM Platform is maandelijks gastheer van deze kennisbijeenkomsten en heeft ook van deze BIMPraat een verslag geschreven. De gebruikte graphics hieronder zijn van Het BIM Instituut en Joost Wijnen. 

Door Ed den Boer

Veel van de deelnemers aan deze BIMPraat kwamen logischerwijs uit de aannemershoek. Toch was het leuk om te zien dat één van de deelnemers van een ingenieursbureau graag wilde horen welke behoefte er bij aannemers is en hoe zij daarin kunnen samenwerken om tot een efficiënter dataproces te komen voor werkvoorbereiding en planning.

Werkvoorbereiding en planning

Bruno Bartelds nam het eerste deel van deze BIMPraat voor zijn rekening. Hij stelde aan deelnemers veel kritische vragen en schetste vanuit zijn praktijkervaring waarom planning van belang is en welke onderdelen er in een planning moeten zitten. “Plannen is lastiger dan het lijkt”, zei Bartelds. “Niet omdat het op zich moeilijk is maar je kunt niet uitgaan van een standaard die in elk model wordt herkend. Planning is afhankelijk van veel zaken, zoals hoeveelheden (stuks, m2, m1, m3), werklast (manuren), tempo (hoeveelheid werk per tijdseenheid), normen (benodigde tijd per eenheid werk) en capaciteit (manuren per dag).”

Als voorbeeld noemde hij het materiaal beton in het model en project. Dit kan geprefabriceerd in elementen worden aangevoerd en gemonteerd of ter plaatse worden gestort. “Bij de aanvoer van prefab-onderdelen is de planning gericht op de levering van de onderdelen en de plaats en capaciteit van een vaak zware kraan. Bij beton storten is elke bewerking voorafgaand aan het storten er één waar je rekening mee moet houden. Die moet je dus (mee)plannen”, legde Bartelds uit.

“Denk maar eens aan de bekisting en wapening stellen. Maar ook de plaats waar het beton moet worden gestort, is belangrijk. Een funderingsbalk, vloer, wand of kolom zijn verschillende onderdelen met verschillende bewerkingstijden. Dan is ook nog van belang of de vloer op de begane grond of op de 20e verdieping moet worden gestort. In dat laatste geval is kraan-hijs-tijd een belangrijke factor voor de norm. Kennis van het bouwproces en de methodiek om te bouwen, is voor een planner dus absoluut noodzakelijk om te komen tot een goede planning”, aldus een bevlogen Bartelds die deelnemers veelvuldig aan het woord liet om de beren in het planningsproces goed in beeld te brengen.

4D-BIM-planning als moderne managementtool

Na de pauze nam Joost Wijnen de deelnemers mee in zijn presentatie en maakte een korte inventarisatie van de gebruikte planningstools in de markt, zoals MS Project, Asta, Primavera, VICO en Synchro4D. Synchro4D wordt in Nederland geleverd door Cadvisual en in 2017 is overgenomen door softwaregigant Bentley Systems.

“Het huidige bouwproces verandert doorlopend”, zei Wijnen. “En onze bouwopdrachten worden steeds complexer. Gegevens moeten dus dynamisch en actueel zijn en dat vraagt om de 4e dimensie, ofwel tijd (taken en planning) en Beweging (bouwplaatslogistiek, transport, installatie). Synchro4D software is ontwikkeld vanuit deze vraag en maakt het mogelijk om virtueel te plannen en/of virtueel te bouwen door constant gekoppeld te zijn aan het BIM”, aldus Wijnen.

Voordelen BIM-planning

De winst zit ‘m volgens Wijnen in het efficiënter beheersen en invullen van beschikbare bouwtijd. De planning maakt zichtbaar waar kortere doorlooptijden in steeds complexere projecten kunnen worden behaald. Ook het eerder herkennen én voorkomen van risico’s is één van de vele voordelen van een goede en inzichtelijke planning. De koppeling die in Synchro4D mogelijk is tussen 4D en 5D (tijd gerelateerde kosten) zorgt er ook voor dat je op willekeurige momenten kunt zien hoeveel kosten er al zijn gemaakt. Hiermee kan de planning als verfijnder en betrouwbaarder stuurmiddel worden gebruikt om projecten te managen, vertelde Wijnen.

Model based planning

De getoonde praktijkvoorbeelden kwamen voornamelijk uit grote utiliteitsbouwprojecten en riepen wel de vraag op of de aanschaf van het project en de investering lonen als we dit vertalen naar kleinschalige tot middelgrote woningbouwprojecten. Joost Wijnen: “Natuurlijk is het noodzakelijk om een bepaalde financiële projectgrootte te hebben die de investering laat terugverdienen en dat gaat nu eenmaal eenvoudiger op grote infrastructurele en utiliteitsbouwprojecten. Sommige gebruikers, ook van kleinere projecten, zoomen in op risico’s of willen andere leerprocessen in beeld brengen.”

Bouwplaats gestuurd plannen

Dat er steeds meer mogelijkheden zijn, is duidelijk. Wat te denken van een fotorealistische realtime voortgang in de planning en in het 3D-model verwerken van het bouwproject. Dit kan al met een iPad of HoloLens die is gekoppeld aan Synchro4D. Hierdoor ontstaat een vereenvoudigd en interactief 4D BIM-model waarin opmerkingen en foto’s kunnen worden gekoppeld. Die kunnen weer direct online worden gesynchroniseerd waardoor er een verbinding tussen kantoor en de bouwplaats is gerealiseerd.

De mogelijkheden die werden getoond zijn al bruikbaar en er is nog veel in ontwikkeling waar men bij Synchro4D volop mee bezig is om te implementeren. Allemaal met als doel dat het bouwproces zo efficiënt mogelijk verloopt.

Conclusies

Het inzicht van deze BIMPraat is dat 4D-planning gekoppeld aan een BIM zeer zeker mogelijk is en waardevol en winstgevend kan zijn. Voor kleinere projecten zijn de investeringen wellicht nu nog een brug te ver.

 



De BIMPraat sessies van Het Nationaal BIM Platform worden maandelijks georganiseerd over een actueel en praktisch onderwerp. Een expert behandelt het thema en vragen van deelnemers. De bijeenkomsten zijn concreet en interactief en sluiten af met een borrel voor informeel contact met collega’s.

Bekijk ons bedrijfsprofiel op Het Nationaal BIM Platform: Het BIM Instituut

0

Leestafel

Het BIM Instituut verzorgt op 14 maart een BIMPraat sessie over de rol van BIM bij de werkvoorbereiding en planning van bouwprojecten. Bruno Bartelds is Het BIM Instituut spreker tijdens deze kennissessie van Het Nationaal BIM Platform. Hij doet dat samen met Joost Wijnen van Synchro 4D.


Bartelds denkt dat BIM ontegenzeggelijk veel waarde heeft bij werkvoorbereiding. De kwaliteit van de planning en het projectmanagement van het bouwproject verbetert, de impact van de gekozen planning is inzichtelijk en de voortgang van projecten kan veel beter worden gemeten voor onder meer contractmanagement.

Moderne werkvoorbereider
Centraal tijdens deze interactieve kennissessie staat hoe de moderne werkvoorbereider kan profiteren van BIM bij zijn werkzaamheden en voor welke van zijn taken BIM nuttig is. Plannen is er daar één van. Verder zal Bartelds op 14 maart antwoord geven op vragen zoals:

 • Hoe gebruik je BIM-tools in de coördinatie van de engineering?

 • Wat is de impact van BIM op het maken van een planning?

 • Hoe wordt de planning gebruikt als verfijnder en betrouwbaarder stuurmiddel om projecten te managen?

 • Welke gegevens komen betrouwbaar uit een planning die gekoppeld is aan 3D-modellen?

 • Wat moet voorafgaand worden gedaan om dat mogelijk te maken?

Over de BIMPraat sessies

De BIMPraat sessies zijn voor deelnemers vooral heel leerzaam om dat ook de ervaringen van andere deelnemers en projecten worden besproken. De bijeenkomsten van Het Nationaal BIM Platform zijn kleinschalig (maximaal 40 deelnemers) en worden maandelijks georganiseerd over een actueel en praktisch onderwerp uit de bouwwereld in relatie tot BIM. Experts behandelen het thema en beantwoorden vragen van deelnemers. Dit keer zijn dat dus Bruno Bartelds en Joost Wijnen. De bijeenkomsten sluiten altijd af met een borrel voor informeel contact met collega’s. De BIMPraat sessies kosten € 50,00 per deelnemer en vinden plaats in Alphen aan den Rijn (Frame Offices).


Aanmelden voor deze BIMPraat sessie kan via de site van Het Nationaal BIM Platform.

0

Leestafel

De BIMPraat van donderdag 8 november was het podium van een levendige discussie over de juridische aspecten van traditioneel bouwen versus werken met BIM. Oprichter Bruno Bartelds van Het BIM Instituut was co-spreker. “Technische mensen beoordelen technische problemen vooral op hun oplosbaarheid”, zegt Bartelds. “Maar het gaat erom wie verantwoordelijk, en zelfs aansprakelijk, is voor die uitkomst.”

Door Ed den Boer


Voor deze BIMPraat was gekozen om de juridische aspecten van werken in BIM te koppelen aan anonieme maar echte praktijkvoorbeelden. Oprichter en eigenaar Bruno Bartelds van het BIM Instituut schetste hierbij steeds de case waarna advocaat Bouwrecht en partner Jacob Henriquez van Ploum advocaten & notarissen antwoord gaf op de vragen die Bartelds en de zaal veelvuldig stelden. Aan bod kwamen de verantwoordelijkheden van projectleiders versus die van BIM-regisseurs. Maar ook de plichten van opdrachtgevers en aansprakelijkheden van aannemers.

 

Aanbesteden met BIM: wie is waarvoor verantwoordelijk?

De eerste case ging in op de verantwoordelijkheden van partijen bij het aanbesteden met BIM als onderdeel van een contract. In de praktijkcase zet een opdrachtgever het werk in de markt op basis van de model basisovereenkomst met bijbehorende UAV-gc 2005. De vraagspecificatie bestaat uit een Programma van Eisen (PvE), Voorlopig Ontwerp (VO) en Definitief Ontwerp (DO) aangevuld met een aantal 3D-modellen. In de case verstrekt de opdrachtgever deze 3D-modellen ‘ter informatie’ aan de opdrachtnemer. De opdrachtnemer in de case dient het DO uit te werken in een uitvoeringsontwerp (UO). Tevens staat in de overeenkomst: “Bij oplevering van het werk aan opdrachtgever dient opdrachtnemer een ‘as-built BIM’ te verstrekken …”


Bij controle van de verstrekte 3D-modellen blijken er nog serieuze ‘clashes’ te zijn en wijkt het 2D DO op enkele cruciale punten af van de BIM-modellen. Zo ontbrak bouwkundig staal in het 3D-model en was dit soms wel, soms niet opgenomen in model van constructie. Ook de installatie was in 2D anders uitgewerkt dan in het 3D-model en waren de details in 2D uitgewerkt waarbij objecten uit het 3D-model veranderd zijn. Gebouwdelen ontbreken in het 3D-model maar worden op de 2D-stukken wel verlangd.

 

Documenten ‘ter informatie’

Met de case zetten Bartelds en Henriquez de deelnemers op scherp. “Wat zijn de juridische implicaties indien de opdrachtgever tijdens de aanbestedingsfase het 3D-model (louter) ‘ter informatie’ verstrekt”, vroeg hij. Onder de deelnemers hadden sommigen moeite met het concept ‘stukken ter informatie’ ontvangen. Henriquez had een duidelijke boodschap. “De verantwoordelijkheid voor de juistheid van verstrekte informatie ligt in principe altijd bij de verstrekker. De ontvanger mag er op rekenen dat die informatie (ook als het ‘ter info’ is verstrekt) juist en relevant is. In het geval van twijfel kun je dat expliciet vragen. En als het dan niet wordt beaamd, doe je er verstandig aan om de informatie terug te sturen en duidelijk aan te geven dat je die informatie zult negeren omdat het geen status heeft”, aldus Henriquez.


Complicerende factor is dat in de aanbestedingsstukken de passage staat: “Bij het sluiten van de aannemingsovereenkomst neemt Opdrachtnemer de verantwoordelijkheid voor het ontwerp over van Opdrachtgever”. Natuurlijk riep dit vragen op, want wie tekent nou een contract met een dergelijke tekst? En toch gebeurt het in de praktijk vaker dan je zou denken. Zeker toen de bouwsector er anders voor stond dan nu. En het mag ook. “Maar wees je ervan bewust dat als je dit ondertekent, je verantwoordelijk bent voor dat ontwerp en je bijvoorbeeld ook met een oplossing aan de gang zult moeten”, zei Henriquez resoluut. Hij schetste middels recente uitspraken van de Raad voor Arbitrage voor de Bouw dat je als opdrachtnemer echter niet automatisch ontwerpverantwoordelijkheid van een opdrachtgever overneemt als je met zijn (BIM)-ontwerp aan de slag gaat, bijv. bij UAV-gc 2005 contracten.

 

Rolverdeling BIM-regisseur vs. projectleider

In case 2 van deze BIMPraat bleek dat in de zaal geen gezamenlijke definitie kon worden gevonden van de inhoud van het ‘BIM-proces’ en waar de demarcatie ligt tussen het projectproces en het BIM-proces. Hetzelfde gold voor de verantwoordelijkheden van de ‘BIM-regisseur’ versus de projectleider. Sommigen beschouwden de BIM-regisseur als een procesbegeleider zonder mandaat anders dan het mogen sturen op het tijdig in actie komen van projectpartners en het leveren van modellen. Anderen vonden dat de BIM-regisseur wel degelijk beslissingen kan en mag nemen. Slechts in twijfelgevallen mag of moet hij kwesties escaleren naar de projectleider.

Er kwam dan ook geen eenduidig antwoord op vragen van Bartelds aan de zaal over wie dan verantwoordelijk zou moeten zijn voor de uitkomst van het BIM-proces. “Er is klaarblijkelijk geen eenduidig beeld van de inhoud van de rol van BIM-regisseur en zijn mandaat”, stelt Bruno Bartelds achteraf. “Voor een projectleider hebben we dat wel. Wat de BIMPraat wel duidelijk maakt, is dat de meesten in de zaal dat ook geen echt punt vinden. Ik heb meerdere malen deelnemers horen zeggen: “We komen er met BIM snel uit.” Ja dat snap ik. Technische specialisten beoordelen technische problemen immers vooral op de oplosbaarheid ervan. Maar daar gaat het hier dus niet om. Het gaat erom wie er verantwoordelijk, en wellicht zelfs aansprakelijk, is voor die uitkomst. Dat antwoord hangt nog boven de markt. Hopelijk wordt deze vraag, ook breder in de markt, in de toekomst vaker gesteld en komt er op termijn ook een helder antwoord. Hetzij via de juridische weg, hetzij over een kop koffie.”

 


Dit verslag is ook geplaatst op Het Nationaal BIM Platform. De volgende BIMPraat is op 29 november en gaat over ‘de overdracht van het BIM-beheermodel aan de opdrachtgever’.

 

0

Leestafel

Tijdens de BIM Masterclass van KUBUS in Amsterdam kwamen vorige week in een mooie ambiance diverse sprekers aan het woord waaronder BIM-expert Danny Pietersen van Pieters Bouwtechniek. Hij sprak aan de hand van een wandligger van beton over een dilemma waar het bedrijf regelmatig mee worstelt.

Als constructeur benadert Pieters wanden vanuit de constructieve functie en in dat perspectief is de wand in dit voorbeeld één ongedeeld element. Maar naast die constructieve functie heeft die wand natuurlijk ook andere functies zoals in dit geval de ruimtescheidende functie. Aan weerszijden van die wand liggen immers ruimtes en die stellen elk hun eisen aan de ruimtescheidingen. Vanuit die ruimtescheidende functie ontstaan er fictieve delingen in die wand, legde Pietersen uit. Elke geleding van de wand heeft een eigen brandwerendheideis en een eigen akoestische eis.

Tot overmaat van ramp waren de geledingen vanuit de akoestische eisen en de brandwerendheid niet gelijk. Pieters is in dit project gevraagd om de wand op te splitsen naar de eisen voor brandwerendheid. Maar als Pieters dat doet, geeft dat problemen in de software waarin de constructieberekeningen worden gemaakt. Daarin worden de aparte delen dan immers als een losse wand herkend en als zodanig in de berekening opgenomen. Maar het constructieve concept van één doorlopende wandligger gaat dan verloren. En dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn.


Juiste oplossing

De eis voor brandwerendheid van de ruimtescheiding is geen eis aan de constructieve wand. Het is een eis aan de ruimtescheiding. Voor de discussie laat ik even in het midden welke exacte definitie van de brandwerendheid wordt gehanteerd. Bijvoorbeeld: tussen ruimte 1 en ruimte 2 moet 30 minuten brandwerendheid worden gehaald en tussen ruimte 3 en ruimte 4 moet 60 minuten worden gehaald.

De wand van Pieters loopt als één wand door en passeert beide ruimtegrenzen. Vanuit de wens om te kunnen controleren of de brandwerendheid is gehaald, wordt gevraagd om de betonwand te splitsen. Maar dat is niet de juiste oplossing.

  





De juiste oplossing is om de eisen aan de ruimtescheidingen vast te stellen als een eigenschap van de ruimte, en niet als een eigenschap van de wand. De analysesoftware zoals Solibri of Navisworks kan dan checken of de door Pieters gemaakte wand tussen de ruimtes wel of niet de vereiste prestaties levert.


Thermische isolatie

Dan nog een ander punt. In dit voorbeeld is Pieters dus gevraagd om zijn wand op te splitsen om te voldoen aan de eisen voor brandwerendheid. Maar zou het gaan om de eisen aan de thermische isolatiewaarde, dan was die vraag waarschijnlijk niet gesteld. En dat is bijzonder want het fenomeen brandwerendheid is identiek aan thermische isolatie. Die kan immers ook per ruimte verschillen. Bij thermische isolatie-eisen zijn we gewend dat meerdere objecten die prestatie samen leveren. Bij controle op de prestatie worden de eigenschappen van al die objecten bij elkaar opgeteld en vergeleken met de eis die daaraan wordt gesteld. Ik denk niet dat Pieters ooit een vraag heeft gehad of zij de dikte van een betonwand wilden vergroten totdat de vereiste thermische isolatiewaarde werd gehaald. Dat is het probleem van Pieters namelijk niet. En dus geldt dat eigenlijk ook voor de brandwerendheid van de wand.


 










Eisen van bezwijken

Uiteraard moet Pieters controleren of de betonwand voldoet aan de eisen uit het bouwbesluit ten aanzien van bezwijken. Maar dat is een andere controle dan die van de brandwerendheid van de scheiding tussen twee ruimtes. En zelfs dan is de oplossing niet om aparte wanden te modelleren, maar om de zwaarste eis aan een deel van het object toe te passen op het gehele object. De oplossing is dus niet de objecten die als één object worden gemaakt fictief te delen, maar om de controle op de eisen en prestaties slimmer aan te pakken. En dat kan uitstekend.

 

Op 8 november ben ik een van de sprekers tijdens de BIMPraat sessie over een vergelijkbaar onderwerp. De vraag is wie binnen een project waarvoor verantwoordelijk is en op welke wijze dat in het (BIM-)proces juridisch is geregeld. Dat belooft een mooie middag te worden met levendige discussies. Tot zien op 8 november bij deze BIMPraat.


Deze opinie is ook verschenen op de website van Het Nationaal BIM Platform. Aanmelden voor de BIMPraat kan online.

0

Leestafel

Een paar weken geleden sprak Leon van Berlo in Hotel New York in Rotterdam tijdens één van de roadshows van Kubus. Hij vergastte het publiek op, zoals hij zelf zei, op enkele ‘wellicht prikkelende zienswijzen’.

Een aantal stellingen en uitkomsten van het onderzoek van Van Berlo was inderdaad afwijkend van het huidige algemene beeld van BIM. Om er een paar te noemen:

 ● Werken in een Central model is nooit de bedoeling geweest.

 ● Werken in een Central model werkt meestal niet.

 ● Modellen graag zo leeg mogelijk. Data verbinden door de eigenaar van de informatie. Nog experimenteel.

 ● BIM-protocol? Meestal staat er een regeling in van hetgeen al geregeld is en even zo vaak staat er niet in wat wel geregeld moet worden. Aanvullend worden de projectleden bekneld door regelingewn die niet bij hen passen. Drie keer niks eigenlijk.



En tot slot:
 ● Laat je niet een standaardregeling opleggen onder het mom van ‘We moeten niet steeds het wiel uitvinden’. We moeten namelijk wel heel vaak het wiel uitvinden in projecten. Niet het fenomeen wiel moet worden uitgevonden, maar wel het wiel dat goed past op de gekozen of gewenste wijze van samenwerken in dit specifieke project. Het voorgeschreven wiel past meestal niet op alle projectkarretjes.

Van Berlo vindt het vervolgens belangrijk de BIM-protocollen kort en simpel te houden. De kern van zijn boodschap: BIM gaat over het uitwisselen van informatie. De informatie die uitgewisseld moet worden, is bedoeld voor een bepaalde gebruiker. Stem de inhoud van de IFC daar dus op af. Hoe eenvoudig wil je het hebben? En om te weten wat de ander nodig heeft, kun je dat het beste aan de betrokken partij vragen alvorens de IFC-export te maken. Ideetje?

 

BIM op basis van een businesscase
Om de toehoorders een extra hart onder de riem te steken liet Van Berlo de uitkomsten van een onderzoek zien waaruit bleek dat Nederland goed scoort op de BIM maturity schaal. Daarin werd niet heel ingewikkeld allerlei fictieve niveaus van BIM beoordeeld, maar heel eenvoudig de mate waarin gezamenlijk samengewerkt wordt op basis van open BIM.

Uit datzelfde onderzoek bleek dat Nederland die voorsprong heeft, en waarschijnlijk ook verder zal uitbouwen, omdat samenwerken met BIM hier gebeurt op basis van een gezonde businesscase. Dus niet omdat het van overheidswege is opgelegd. BIM heeft dus nut heeft voor (bijna) elke deelnemer. Bottom up versus top down.

Na krap één uur waren de belangrijkste vragen over BIM van een doeltreffend antwoord voorzien. En de dag was nog jong. Om eerlijk te zijn, had ik deze bijeenkomst bijna laten schieten om wat uurtjes zon op het strand mee te pikken. Die komen nog wel een keer. Dit is in the pocket.


* Maverick: een deskundige met een vaak eigen zienswijze, buitenbeentje.

0