Leestafel

Het BIM Instituut was op donderdag 14 maart samen met Joost Wijnen van Synchro4D gastspreker tijdens de eerste BIMPraat van Het Nationaal BIM Platform. Het was een succesvolle middag met veel interactie met de deelnemers. Oprichter Ed den Boer van Het Nationaal BIM Platform is maandelijks gastheer van deze kennisbijeenkomsten en heeft ook van deze BIMPraat een verslag geschreven. De gebruikte graphics hieronder zijn van Het BIM Instituut en Joost Wijnen. 

Door Ed den Boer

Veel van de deelnemers aan deze BIMPraat kwamen logischerwijs uit de aannemershoek. Toch was het leuk om te zien dat één van de deelnemers van een ingenieursbureau graag wilde horen welke behoefte er bij aannemers is en hoe zij daarin kunnen samenwerken om tot een efficiënter dataproces te komen voor werkvoorbereiding en planning.

Werkvoorbereiding en planning

Bruno Bartelds nam het eerste deel van deze BIMPraat voor zijn rekening. Hij stelde aan deelnemers veel kritische vragen en schetste vanuit zijn praktijkervaring waarom planning van belang is en welke onderdelen er in een planning moeten zitten. “Plannen is lastiger dan het lijkt”, zei Bartelds. “Niet omdat het op zich moeilijk is maar je kunt niet uitgaan van een standaard die in elk model wordt herkend. Planning is afhankelijk van veel zaken, zoals hoeveelheden (stuks, m2, m1, m3), werklast (manuren), tempo (hoeveelheid werk per tijdseenheid), normen (benodigde tijd per eenheid werk) en capaciteit (manuren per dag).”

Als voorbeeld noemde hij het materiaal beton in het model en project. Dit kan geprefabriceerd in elementen worden aangevoerd en gemonteerd of ter plaatse worden gestort. “Bij de aanvoer van prefab-onderdelen is de planning gericht op de levering van de onderdelen en de plaats en capaciteit van een vaak zware kraan. Bij beton storten is elke bewerking voorafgaand aan het storten er één waar je rekening mee moet houden. Die moet je dus (mee)plannen”, legde Bartelds uit.

“Denk maar eens aan de bekisting en wapening stellen. Maar ook de plaats waar het beton moet worden gestort, is belangrijk. Een funderingsbalk, vloer, wand of kolom zijn verschillende onderdelen met verschillende bewerkingstijden. Dan is ook nog van belang of de vloer op de begane grond of op de 20e verdieping moet worden gestort. In dat laatste geval is kraan-hijs-tijd een belangrijke factor voor de norm. Kennis van het bouwproces en de methodiek om te bouwen, is voor een planner dus absoluut noodzakelijk om te komen tot een goede planning”, aldus een bevlogen Bartelds die deelnemers veelvuldig aan het woord liet om de beren in het planningsproces goed in beeld te brengen.

4D-BIM-planning als moderne managementtool

Na de pauze nam Joost Wijnen de deelnemers mee in zijn presentatie en maakte een korte inventarisatie van de gebruikte planningstools in de markt, zoals MS Project, Asta, Primavera, VICO en Synchro4D. Synchro4D wordt in Nederland geleverd door Cadvisual en in 2017 is overgenomen door softwaregigant Bentley Systems.

“Het huidige bouwproces verandert doorlopend”, zei Wijnen. “En onze bouwopdrachten worden steeds complexer. Gegevens moeten dus dynamisch en actueel zijn en dat vraagt om de 4e dimensie, ofwel tijd (taken en planning) en Beweging (bouwplaatslogistiek, transport, installatie). Synchro4D software is ontwikkeld vanuit deze vraag en maakt het mogelijk om virtueel te plannen en/of virtueel te bouwen door constant gekoppeld te zijn aan het BIM”, aldus Wijnen.

Voordelen BIM-planning

De winst zit ‘m volgens Wijnen in het efficiënter beheersen en invullen van beschikbare bouwtijd. De planning maakt zichtbaar waar kortere doorlooptijden in steeds complexere projecten kunnen worden behaald. Ook het eerder herkennen én voorkomen van risico’s is één van de vele voordelen van een goede en inzichtelijke planning. De koppeling die in Synchro4D mogelijk is tussen 4D en 5D (tijd gerelateerde kosten) zorgt er ook voor dat je op willekeurige momenten kunt zien hoeveel kosten er al zijn gemaakt. Hiermee kan de planning als verfijnder en betrouwbaarder stuurmiddel worden gebruikt om projecten te managen, vertelde Wijnen.

Model based planning

De getoonde praktijkvoorbeelden kwamen voornamelijk uit grote utiliteitsbouwprojecten en riepen wel de vraag op of de aanschaf van het project en de investering lonen als we dit vertalen naar kleinschalige tot middelgrote woningbouwprojecten. Joost Wijnen: “Natuurlijk is het noodzakelijk om een bepaalde financiële projectgrootte te hebben die de investering laat terugverdienen en dat gaat nu eenmaal eenvoudiger op grote infrastructurele en utiliteitsbouwprojecten. Sommige gebruikers, ook van kleinere projecten, zoomen in op risico’s of willen andere leerprocessen in beeld brengen.”

Bouwplaats gestuurd plannen

Dat er steeds meer mogelijkheden zijn, is duidelijk. Wat te denken van een fotorealistische realtime voortgang in de planning en in het 3D-model verwerken van het bouwproject. Dit kan al met een iPad of HoloLens die is gekoppeld aan Synchro4D. Hierdoor ontstaat een vereenvoudigd en interactief 4D BIM-model waarin opmerkingen en foto’s kunnen worden gekoppeld. Die kunnen weer direct online worden gesynchroniseerd waardoor er een verbinding tussen kantoor en de bouwplaats is gerealiseerd.

De mogelijkheden die werden getoond zijn al bruikbaar en er is nog veel in ontwikkeling waar men bij Synchro4D volop mee bezig is om te implementeren. Allemaal met als doel dat het bouwproces zo efficiënt mogelijk verloopt.

Conclusies

Het inzicht van deze BIMPraat is dat 4D-planning gekoppeld aan een BIM zeer zeker mogelijk is en waardevol en winstgevend kan zijn. Voor kleinere projecten zijn de investeringen wellicht nu nog een brug te ver.

 



De BIMPraat sessies van Het Nationaal BIM Platform worden maandelijks georganiseerd over een actueel en praktisch onderwerp. Een expert behandelt het thema en vragen van deelnemers. De bijeenkomsten zijn concreet en interactief en sluiten af met een borrel voor informeel contact met collega’s.

Bekijk ons bedrijfsprofiel op Het Nationaal BIM Platform: Het BIM Instituut

0

Leestafel

Het BIM Instituut verzorgt op 14 maart een BIMPraat sessie over de rol van BIM bij de werkvoorbereiding en planning van bouwprojecten. Bruno Bartelds is Het BIM Instituut spreker tijdens deze kennissessie van Het Nationaal BIM Platform. Hij doet dat samen met Joost Wijnen van Synchro 4D.


Bartelds denkt dat BIM ontegenzeggelijk veel waarde heeft bij werkvoorbereiding. De kwaliteit van de planning en het projectmanagement van het bouwproject verbetert, de impact van de gekozen planning is inzichtelijk en de voortgang van projecten kan veel beter worden gemeten voor onder meer contractmanagement.

Moderne werkvoorbereider
Centraal tijdens deze interactieve kennissessie staat hoe de moderne werkvoorbereider kan profiteren van BIM bij zijn werkzaamheden en voor welke van zijn taken BIM nuttig is. Plannen is er daar één van. Verder zal Bartelds op 14 maart antwoord geven op vragen zoals:

 • Hoe gebruik je BIM-tools in de coördinatie van de engineering?

 • Wat is de impact van BIM op het maken van een planning?

 • Hoe wordt de planning gebruikt als verfijnder en betrouwbaarder stuurmiddel om projecten te managen?

 • Welke gegevens komen betrouwbaar uit een planning die gekoppeld is aan 3D-modellen?

 • Wat moet voorafgaand worden gedaan om dat mogelijk te maken?

Over de BIMPraat sessies

De BIMPraat sessies zijn voor deelnemers vooral heel leerzaam om dat ook de ervaringen van andere deelnemers en projecten worden besproken. De bijeenkomsten van Het Nationaal BIM Platform zijn kleinschalig (maximaal 40 deelnemers) en worden maandelijks georganiseerd over een actueel en praktisch onderwerp uit de bouwwereld in relatie tot BIM. Experts behandelen het thema en beantwoorden vragen van deelnemers. Dit keer zijn dat dus Bruno Bartelds en Joost Wijnen. De bijeenkomsten sluiten altijd af met een borrel voor informeel contact met collega’s. De BIMPraat sessies kosten € 50,00 per deelnemer en vinden plaats in Alphen aan den Rijn (Frame Offices).


Aanmelden voor deze BIMPraat sessie kan via de site van Het Nationaal BIM Platform.

0

Leestafel

De BIMPraat van donderdag 8 november was het podium van een levendige discussie over de juridische aspecten van traditioneel bouwen versus werken met BIM. Oprichter Bruno Bartelds van Het BIM Instituut was co-spreker. “Technische mensen beoordelen technische problemen vooral op hun oplosbaarheid”, zegt Bartelds. “Maar het gaat erom wie verantwoordelijk, en zelfs aansprakelijk, is voor die uitkomst.”

Door Ed den Boer


Voor deze BIMPraat was gekozen om de juridische aspecten van werken in BIM te koppelen aan anonieme maar echte praktijkvoorbeelden. Oprichter en eigenaar Bruno Bartelds van het BIM Instituut schetste hierbij steeds de case waarna advocaat Bouwrecht en partner Jacob Henriquez van Ploum advocaten & notarissen antwoord gaf op de vragen die Bartelds en de zaal veelvuldig stelden. Aan bod kwamen de verantwoordelijkheden van projectleiders versus die van BIM-regisseurs. Maar ook de plichten van opdrachtgevers en aansprakelijkheden van aannemers.

 

Aanbesteden met BIM: wie is waarvoor verantwoordelijk?

De eerste case ging in op de verantwoordelijkheden van partijen bij het aanbesteden met BIM als onderdeel van een contract. In de praktijkcase zet een opdrachtgever het werk in de markt op basis van de model basisovereenkomst met bijbehorende UAV-gc 2005. De vraagspecificatie bestaat uit een Programma van Eisen (PvE), Voorlopig Ontwerp (VO) en Definitief Ontwerp (DO) aangevuld met een aantal 3D-modellen. In de case verstrekt de opdrachtgever deze 3D-modellen ‘ter informatie’ aan de opdrachtnemer. De opdrachtnemer in de case dient het DO uit te werken in een uitvoeringsontwerp (UO). Tevens staat in de overeenkomst: “Bij oplevering van het werk aan opdrachtgever dient opdrachtnemer een ‘as-built BIM’ te verstrekken …”


Bij controle van de verstrekte 3D-modellen blijken er nog serieuze ‘clashes’ te zijn en wijkt het 2D DO op enkele cruciale punten af van de BIM-modellen. Zo ontbrak bouwkundig staal in het 3D-model en was dit soms wel, soms niet opgenomen in model van constructie. Ook de installatie was in 2D anders uitgewerkt dan in het 3D-model en waren de details in 2D uitgewerkt waarbij objecten uit het 3D-model veranderd zijn. Gebouwdelen ontbreken in het 3D-model maar worden op de 2D-stukken wel verlangd.

 

Documenten ‘ter informatie’

Met de case zetten Bartelds en Henriquez de deelnemers op scherp. “Wat zijn de juridische implicaties indien de opdrachtgever tijdens de aanbestedingsfase het 3D-model (louter) ‘ter informatie’ verstrekt”, vroeg hij. Onder de deelnemers hadden sommigen moeite met het concept ‘stukken ter informatie’ ontvangen. Henriquez had een duidelijke boodschap. “De verantwoordelijkheid voor de juistheid van verstrekte informatie ligt in principe altijd bij de verstrekker. De ontvanger mag er op rekenen dat die informatie (ook als het ‘ter info’ is verstrekt) juist en relevant is. In het geval van twijfel kun je dat expliciet vragen. En als het dan niet wordt beaamd, doe je er verstandig aan om de informatie terug te sturen en duidelijk aan te geven dat je die informatie zult negeren omdat het geen status heeft”, aldus Henriquez.


Complicerende factor is dat in de aanbestedingsstukken de passage staat: “Bij het sluiten van de aannemingsovereenkomst neemt Opdrachtnemer de verantwoordelijkheid voor het ontwerp over van Opdrachtgever”. Natuurlijk riep dit vragen op, want wie tekent nou een contract met een dergelijke tekst? En toch gebeurt het in de praktijk vaker dan je zou denken. Zeker toen de bouwsector er anders voor stond dan nu. En het mag ook. “Maar wees je ervan bewust dat als je dit ondertekent, je verantwoordelijk bent voor dat ontwerp en je bijvoorbeeld ook met een oplossing aan de gang zult moeten”, zei Henriquez resoluut. Hij schetste middels recente uitspraken van de Raad voor Arbitrage voor de Bouw dat je als opdrachtnemer echter niet automatisch ontwerpverantwoordelijkheid van een opdrachtgever overneemt als je met zijn (BIM)-ontwerp aan de slag gaat, bijv. bij UAV-gc 2005 contracten.

 

Rolverdeling BIM-regisseur vs. projectleider

In case 2 van deze BIMPraat bleek dat in de zaal geen gezamenlijke definitie kon worden gevonden van de inhoud van het ‘BIM-proces’ en waar de demarcatie ligt tussen het projectproces en het BIM-proces. Hetzelfde gold voor de verantwoordelijkheden van de ‘BIM-regisseur’ versus de projectleider. Sommigen beschouwden de BIM-regisseur als een procesbegeleider zonder mandaat anders dan het mogen sturen op het tijdig in actie komen van projectpartners en het leveren van modellen. Anderen vonden dat de BIM-regisseur wel degelijk beslissingen kan en mag nemen. Slechts in twijfelgevallen mag of moet hij kwesties escaleren naar de projectleider.

Er kwam dan ook geen eenduidig antwoord op vragen van Bartelds aan de zaal over wie dan verantwoordelijk zou moeten zijn voor de uitkomst van het BIM-proces. “Er is klaarblijkelijk geen eenduidig beeld van de inhoud van de rol van BIM-regisseur en zijn mandaat”, stelt Bruno Bartelds achteraf. “Voor een projectleider hebben we dat wel. Wat de BIMPraat wel duidelijk maakt, is dat de meesten in de zaal dat ook geen echt punt vinden. Ik heb meerdere malen deelnemers horen zeggen: “We komen er met BIM snel uit.” Ja dat snap ik. Technische specialisten beoordelen technische problemen immers vooral op de oplosbaarheid ervan. Maar daar gaat het hier dus niet om. Het gaat erom wie er verantwoordelijk, en wellicht zelfs aansprakelijk, is voor die uitkomst. Dat antwoord hangt nog boven de markt. Hopelijk wordt deze vraag, ook breder in de markt, in de toekomst vaker gesteld en komt er op termijn ook een helder antwoord. Hetzij via de juridische weg, hetzij over een kop koffie.”

 


Dit verslag is ook geplaatst op Het Nationaal BIM Platform. De volgende BIMPraat is op 29 november en gaat over ‘de overdracht van het BIM-beheermodel aan de opdrachtgever’.

 

0

Leestafel

Tijdens de BIM Masterclass van KUBUS in Amsterdam kwamen vorige week in een mooie ambiance diverse sprekers aan het woord waaronder BIM-expert Danny Pietersen van Pieters Bouwtechniek. Hij sprak aan de hand van een wandligger van beton over een dilemma waar het bedrijf regelmatig mee worstelt.

Als constructeur benadert Pieters wanden vanuit de constructieve functie en in dat perspectief is de wand in dit voorbeeld één ongedeeld element. Maar naast die constructieve functie heeft die wand natuurlijk ook andere functies zoals in dit geval de ruimtescheidende functie. Aan weerszijden van die wand liggen immers ruimtes en die stellen elk hun eisen aan de ruimtescheidingen. Vanuit die ruimtescheidende functie ontstaan er fictieve delingen in die wand, legde Pietersen uit. Elke geleding van de wand heeft een eigen brandwerendheideis en een eigen akoestische eis.

Tot overmaat van ramp waren de geledingen vanuit de akoestische eisen en de brandwerendheid niet gelijk. Pieters is in dit project gevraagd om de wand op te splitsen naar de eisen voor brandwerendheid. Maar als Pieters dat doet, geeft dat problemen in de software waarin de constructieberekeningen worden gemaakt. Daarin worden de aparte delen dan immers als een losse wand herkend en als zodanig in de berekening opgenomen. Maar het constructieve concept van één doorlopende wandligger gaat dan verloren. En dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn.


Juiste oplossing

De eis voor brandwerendheid van de ruimtescheiding is geen eis aan de constructieve wand. Het is een eis aan de ruimtescheiding. Voor de discussie laat ik even in het midden welke exacte definitie van de brandwerendheid wordt gehanteerd. Bijvoorbeeld: tussen ruimte 1 en ruimte 2 moet 30 minuten brandwerendheid worden gehaald en tussen ruimte 3 en ruimte 4 moet 60 minuten worden gehaald.

De wand van Pieters loopt als één wand door en passeert beide ruimtegrenzen. Vanuit de wens om te kunnen controleren of de brandwerendheid is gehaald, wordt gevraagd om de betonwand te splitsen. Maar dat is niet de juiste oplossing.

  





De juiste oplossing is om de eisen aan de ruimtescheidingen vast te stellen als een eigenschap van de ruimte, en niet als een eigenschap van de wand. De analysesoftware zoals Solibri of Navisworks kan dan checken of de door Pieters gemaakte wand tussen de ruimtes wel of niet de vereiste prestaties levert.


Thermische isolatie

Dan nog een ander punt. In dit voorbeeld is Pieters dus gevraagd om zijn wand op te splitsen om te voldoen aan de eisen voor brandwerendheid. Maar zou het gaan om de eisen aan de thermische isolatiewaarde, dan was die vraag waarschijnlijk niet gesteld. En dat is bijzonder want het fenomeen brandwerendheid is identiek aan thermische isolatie. Die kan immers ook per ruimte verschillen. Bij thermische isolatie-eisen zijn we gewend dat meerdere objecten die prestatie samen leveren. Bij controle op de prestatie worden de eigenschappen van al die objecten bij elkaar opgeteld en vergeleken met de eis die daaraan wordt gesteld. Ik denk niet dat Pieters ooit een vraag heeft gehad of zij de dikte van een betonwand wilden vergroten totdat de vereiste thermische isolatiewaarde werd gehaald. Dat is het probleem van Pieters namelijk niet. En dus geldt dat eigenlijk ook voor de brandwerendheid van de wand.


 










Eisen van bezwijken

Uiteraard moet Pieters controleren of de betonwand voldoet aan de eisen uit het bouwbesluit ten aanzien van bezwijken. Maar dat is een andere controle dan die van de brandwerendheid van de scheiding tussen twee ruimtes. En zelfs dan is de oplossing niet om aparte wanden te modelleren, maar om de zwaarste eis aan een deel van het object toe te passen op het gehele object. De oplossing is dus niet de objecten die als één object worden gemaakt fictief te delen, maar om de controle op de eisen en prestaties slimmer aan te pakken. En dat kan uitstekend.

 

Op 8 november ben ik een van de sprekers tijdens de BIMPraat sessie over een vergelijkbaar onderwerp. De vraag is wie binnen een project waarvoor verantwoordelijk is en op welke wijze dat in het (BIM-)proces juridisch is geregeld. Dat belooft een mooie middag te worden met levendige discussies. Tot zien op 8 november bij deze BIMPraat.


Deze opinie is ook verschenen op de website van Het Nationaal BIM Platform. Aanmelden voor de BIMPraat kan online.

0

Leestafel

Op 8 november zal Bruno Bartelds namens Het BIM Instituut samen met advocaat en partner mr. Jacob Henriquez van advocatenkantoor Ploum spreken over juridische en technische raakvlakken in BIM-projecten op basis van concrete cases. 

De BIMPraat sessies van Het Nationaal BIM Platform worden maandelijks georganiseerd over een actueel en praktisch onderwerp. Een expert behandelt het thema en vragen van deelnemers. De bijeenkomsten zijn concreet en interactief en sluiten af met een borrel voor informeel contact met collega’s.

Voorbeeldcases
Tijdens deze BIMPraat komen zaken aan bod als de verdeling van verantwoordelijkheden van projectleiders versus BIM-regisseurs, maar ook de plichten van opdrachtgevers en aansprakelijkheden van aannemers. Aan de basis van de discussie staan twee reeds uitgevoerde BIM-projecten. Doel is dat deelnemers aan deze BIMPraat leren de risico’s van juridische conflicten in een BIM-project te verkleinen.

Case 1: Aanbesteden met BIM: wie is waarvoor verantwoordelijk?
Case 2: Projectleider versus BIM-regisseur en de relatie met de onderaannemers en leveranciers.

Interesse? Aanmelden kan via Het Nationaal BIM Platform.

0

Leestafel

Eind 2017 heb ik een gerenommeerde aannemer in de kop van Noord-Holland begeleid bij het optuigen van clashcontroles. Het bedrijf heeft dat destijds serieus aangepakt en de directie liet duidelijk zijn commitment zien door af te trappen.

Na de introductie en training met de software was het dan zover. De modellen werden gescreend. De focus lag op de leveranciers van de casco-onderdelen; de hoofddraagconstructie, het dak en de gevels. De BIM-coördinator/ BIM-regisseur van de aannemer heeft veel gevoel voor de materie en zocht ook zelf alles uit. Hij wilde niet alleen het kunstje kennen, maar ook de theorie erachter. De clashcontroles zijn dus zorgvuldig uitgevoerd. En daarna werden de onderdelen in productie gegeven. So far, so good.

Tot ik onlangs werd gebeld:

“Hey Bruno, met Maurice. Heb je even?”

“Ja hoor, wat speelt er?”

“Nou de eerste Kango is op het werk!!”

“Wat zeg je nou, Maurice? Hoe is dat gegaan?”

Al snel werd duidelijk dat de Kango niet had moeten komen. Wat was er gebeurd?  De uitvoerder moest een stalen balk monteren maar die paste niet in de daarvoor gereserveerde wandopening. Dus liet hij de opening wat ruimer hakken. Net op dat moment kwam Maurice op de bouw aan. En hij vroeg dus wat er aan de hand was. “Ja”, zei de uitvoerder. “De stalen balk is te lang. Maar het is bijna gefikst hoor.”

“Dat kan niet”, zei Maurice. “Weet je zeker dat je de juiste balk hebt gepakt.”

En hier gaat het mij nu om. Nee, het was niet de juiste balk. De uitvoerder had er gewoon niet bij stil gestaan dat het ook wel eens foutloos zou kunnen gaan. Hij is zo gewend aan (kleine) maatafwijkingen tussen de verschillende bouwdelen dat hij automatisch aangenomen had dat het nu ook zo was. En dus heeft hij direct het probleem aangepakt.

‘Het zal wel niet kloppen’

We hebben door de ervaringen uit het verleden een rotsvaste overtuiging dat het ‘toch wel niet zal kloppen’. BIM of niet. Probeer dat maar eens uit de routines te krijgen. Gelukkig was de BIM-coördinator er op tijd bij. De andere balk zou namelijk te kort geweest zijn voor de volgende wandopening. En dat is net even lastiger. Nog los van de installatievoorzieningen en dergelijke.

Kango-huur

De kern van het verhaal is dat we zo gewend zijn aan maatafwijkingen, dat we dat als normaal beschouwen. En dus helemaal niet schrikken van een maatafwijking, maar gewoon direct het probleem oplossen. Vanaf nu moeten we wennen dat alle onderdelen standaard wel foutloos passen. En gaan we het raar vinden als iets niet precies past. De uitgaven aan Kango-huur moeten omlaag. Sorry aan de Kango-verhuurders, maar waar gebimd wordt vallen spaanders. Van het gespaarde geld kunnen we dan weer BBQ-sets huren.


Deze column is ook geplaatst op Het Nationaal BIM Platform.

0

Leestafel

Een paar weken geleden sprak Leon van Berlo in Hotel New York in Rotterdam tijdens één van de roadshows van Kubus. Hij vergastte het publiek op, zoals hij zelf zei, op enkele ‘wellicht prikkelende zienswijzen’.

Een aantal stellingen en uitkomsten van het onderzoek van Van Berlo was inderdaad afwijkend van het huidige algemene beeld van BIM. Om er een paar te noemen:

 ● Werken in een Central model is nooit de bedoeling geweest.

 ● Werken in een Central model werkt meestal niet.

 ● Modellen graag zo leeg mogelijk. Data verbinden door de eigenaar van de informatie. Nog experimenteel.

 ● BIM-protocol? Meestal staat er een regeling in van hetgeen al geregeld is en even zo vaak staat er niet in wat wel geregeld moet worden. Aanvullend worden de projectleden bekneld door regelingewn die niet bij hen passen. Drie keer niks eigenlijk.



En tot slot:
 ● Laat je niet een standaardregeling opleggen onder het mom van ‘We moeten niet steeds het wiel uitvinden’. We moeten namelijk wel heel vaak het wiel uitvinden in projecten. Niet het fenomeen wiel moet worden uitgevonden, maar wel het wiel dat goed past op de gekozen of gewenste wijze van samenwerken in dit specifieke project. Het voorgeschreven wiel past meestal niet op alle projectkarretjes.

Van Berlo vindt het vervolgens belangrijk de BIM-protocollen kort en simpel te houden. De kern van zijn boodschap: BIM gaat over het uitwisselen van informatie. De informatie die uitgewisseld moet worden, is bedoeld voor een bepaalde gebruiker. Stem de inhoud van de IFC daar dus op af. Hoe eenvoudig wil je het hebben? En om te weten wat de ander nodig heeft, kun je dat het beste aan de betrokken partij vragen alvorens de IFC-export te maken. Ideetje?

 

BIM op basis van een businesscase
Om de toehoorders een extra hart onder de riem te steken liet Van Berlo de uitkomsten van een onderzoek zien waaruit bleek dat Nederland goed scoort op de BIM maturity schaal. Daarin werd niet heel ingewikkeld allerlei fictieve niveaus van BIM beoordeeld, maar heel eenvoudig de mate waarin gezamenlijk samengewerkt wordt op basis van open BIM.

Uit datzelfde onderzoek bleek dat Nederland die voorsprong heeft, en waarschijnlijk ook verder zal uitbouwen, omdat samenwerken met BIM hier gebeurt op basis van een gezonde businesscase. Dus niet omdat het van overheidswege is opgelegd. BIM heeft dus nut heeft voor (bijna) elke deelnemer. Bottom up versus top down.

Na krap één uur waren de belangrijkste vragen over BIM van een doeltreffend antwoord voorzien. En de dag was nog jong. Om eerlijk te zijn, had ik deze bijeenkomst bijna laten schieten om wat uurtjes zon op het strand mee te pikken. Die komen nog wel een keer. Dit is in the pocket.


* Maverick: een deskundige met een vaak eigen zienswijze, buitenbeentje.

0

Leestafel

Het BIM Instituut heeft dit jaar tien Solibri-cursussen gegeven aan medewerkers van De RuwBouw Groep. De ruim 80 cursisten werken voor diverse afdelingen waaronder advisering, voorbereiding, calculatie en engineering. De opleidingen passen in een grote operatie binnen De RuwBouw Groep om de aansturing van de hele informatiestroom (van aanvraag tot productie) te gaan uitvoeren met BIM.

BIM (Bouw Informatie Model) is een werkmethodiek waarbij in een bedrijf of binnen diverse disciplines in de bouwsector integraal wordt samengewerkt door in 3D-modellen. De RuwBouw Groep levert kalkzandsteen, breedplaatvloeren, kanaalplaatvloeren en prefab beton casco’s aan de bouwsector en is een bekende naam voor vrijwel elke aannemer. De onderneming steekt inmiddels veel tijd en energie in het ontwikkelen van ingangscontroles en uitgangscontroles van modellen en werkt daarbij met software van Solibri. De ontvangen modellen worden bij binnenkomst gecontroleerd op conformiteit met de BIM Basis ILS. En vervolgens worden de eigen modellen voor verzending naar klanten daar ook op gecontroleerd. Het streven is de voorbereidingstijd te verkorten en de leveringen altijd in één keer goed uit te voeren.

Kennisdocumenten

Ten behoeve van dit project is Het BIM Instituut gevraagd een rol te spelen bij het opleiden en trainen van de medewerkers. Hiertoe zijn al acht keer inmiddels Solibri basiscursussen gegeven en twee keer de cursus Solibri voor gevorderden. Dit zijn ééndaagse maatwerkcursussen. “Uit de evaluatie blijkt dat de cursussen goed zijn ontvangen”, zegt Bruno Bartelds van Het BIM Instituut die de opleiding ook verzorgt. “Een deel van de deelnemers ziet Solibri dan voor het eerst en anderen hebben wel eens met de viewer gestoeid. De cursisten leren hoe deze controles in Solibri moeten worden gedaan. De motor achter de BIM-implementatie bij De RuwBouw Groep is Albert Gils. Hij geeft voor elke nieuwe groep een korte inleiding over de visie van het bedrijf om het belang van BIM te onderstrepen. Inmiddels zijn binnen het bedrijf veel kennisdocumenten beschikbaar, die ook online beschikbaar zijn gesteld voor openbaar gebruik.”


Organisatie

Opleidingsspecialist Cadix organiseert de cursussen die worden gehouden in onder meer Drachten, Lelystad, Oosterhout en Utrecht. Soms vinden ze plaats in een van de vestigingen, soms in een cursuslocatie van Cadix in de buurt. De opleidingscyclus loopt in elk geval nog tot mei van dit jaar.

0

Leestafel

Het recente nieuws over de overname van Stabiplan door het Amerikaanse Trimble heeft me aangenaam verrast. Als het goed is, kunnen bedrijven in de installatiebranche in de nabije toekomst werken in BIM zoals BIM bedoeld is.

Het Nederlandse bedrijf Stabiplan ontwikkelt al jaren slimme software voor ontwerpende en uitvoerende installatiebedrijven. Maar ik was verrast dat een grootmacht als Trimble zijn oog had laten vallen op dit bedrijf uit Bodegraven. De verrassing was aangenaam omdat gebruikers van Stabiplan nu extra mogelijkheden hebben om diens software verder te integreren in de lijn met de visie van BIM.

Spagaat

Door de toenemende acceptatie van BIM zaten veel Stabiplan-gebruikers in een spagaat. Ze verwachten dat 3D-modellen worden gemaakt in IFC of Revit. En omdat Stabiplan in de aanloopfase van BIM (tot een jaar of vijf geleden) onvoldoende op BIM aanhaakte, zijn sommige bedrijven overgestapt op andere ontwerpsoftware. Toegegeven, met Revit kun je inderdaad prachtige 3D-modellen van installaties maken maar de keerzijde is wel dat je de bijzondere intelligentie in de software van Stabiplan verliest.

Hierdoor ontstond een onhandige mix van bedrijven die 2D ontwerpen in Stabiplan en die uitwerken in 3D met andere programma’s zoals Revit dus. Als reactie hierop hebben Stabiplan en Revit weliswaar al enige tijd een koppeling gebouwd voor de twee softwarepakketten. Maar desondanks zie ik in veel projecten waarin installateurs toch nog steeds worden geconfronteerd met de onhandige tweedeling tussen werken in 2D en 3D.

Schoonfamilie

Dat lijkt nu dus veranderd met de genoemde overname. Nu Stabiplan deel uit maakt van de grote koepel van Trimble ontstaan er (als het goed is) nieuwe mogelijkheden voor gebruikers. Trimble en Autodesk zijn nu via Stabiplan als het ware schoonfamilie geworden. Stabiplan is immers getrouwd met Autodesk Revit en is nu tevens een dochter van Trimble.

Deze nieuwe overname zorgt dus voor een uitgelezen kans om de uitwisselbaarheid van gegevens tussen de platformen van enerzijds Autodesk en anderzijds Construsoft en Trimble te verbeteren. Laten we hopen dat dit de achterliggende gedachte was van Trimble’s keuze voor Stabiplan. Want dan kunnen klanten, zoals gezegd, werken in BIM zoals BIM bedoeld is. Bovendien krijgen de bijzondere slimmigheden van Stabiplan nu extra overlevingskansen. Daar is de installatiebranche zeer bij gebaat.


Deze opinie is ook gepubliceerd als column op de website van Het Nationaal BIM Platform.

0

Leestafel

De tweede BIMPraat van 2017 ging over de bruikbaarheid van IFC en was wederom uitverkocht. Bruno Bartelds hield de vaart er vanaf het begin goed in tijdens deze zeer interactieve BIMPraat. Het aantal vragen dat werd gesteld èn beantwoord was groot.

Het deelnemersveld tijdens deze BIMPraat liet een mooie afspiegeling zien van de bouwkolom. Ontwerpers, makers en leveranciers waren aanwezig, maar ook opdrachtgevers werden geboeid door het betoog van BIM-expert Bruno Bartelds van Het BIM Instituut. Hij startte met een korte inventarisatie van de functies maar ook de toepassingsvelden, communicatiedoelen en verwachtingen van de deelnemers over het gebruik van IFC. De discussie zoomde daarna in op de bruikbaarheid van IFC en de garanties van deze bruikbaarheid.

Discussie
De praktische voorbeelden die Bartelds tijdens deze sessie toonde, werden goed ontvangen en zetten deelnemers vanaf de start van de meeting aan om vragen te stellen en in discussie te gaan. Bartelds: “Er zijn nog steeds mensen die IFC degraderen omdat ze er van overtuigd zijn dat werken met IFC-bestanden automatisch leidt tot informatieverlies. Het is van belang te weten waar je de informatie voor kunt en zult gebruiken en voordat je start met je BIM. De ontwikkelingen van IFC gaan snel. Je zult zeker IFC tegenkomen tijdens projecten omdat niet iedereen werkt met dezelfde software. Werken met IFC is wel gebonden aan enkele goede uitgangspunten om informatie überhaupt succesvol te kunnen overdragen. Daarnaast leveren sommige keuzes juist voordeel op voor de ene functie maar zorgen tegelijkertijd voor ongemak bij een andere functie. IFC kan hierop een antwoord bieden om desondanks optimaal met elkaar te communiceren. Het is daarom goed te weten wat de succesfactoren zijn van goede informatie-uitwisseling en wat wel en vooral wat nog niet mogelijk is”, legde Bartelds helder uit.

BuildingSMART

Bartelds informeerde de groep vervolgens kort over BuildingSMART. Deze internationale organisatie houdt zich bezig met het ontwikkelen, beheren en standaardiseren van de mogelijkheden van IFC. Hij riep de deelnemers op om mee te denken in de fora van BuildingSMART. En Bartelds benadrukte de mogelijkheid om lid te worden van deze organisatie. Leden hebben een stem in het ontwikkelproces.

Gebruiksdoel IFC

Over de toepassingsmogelijkheden van IFC stelt Bartelds dat er ‘niet één IFC’ is “Er zijn meerdere gebruiksdoelen en meerdere fasen in het ontwerpproces. Elk gebruiksdoel stelt eigen eisen aan de IFC’s. Het bouwproces is in te delen in 4 fases: As wished (opdrachtgever en/of klant), As ordered (ontwerpers), As promised (makers) en As built (opdrachtgever). Al die fases verdringen elkaar gedurende de tijd. En elke fase maakt gebruik van andere data in het model, al naar gelang het gebruiksdoel van die data. Het is van groot belang om te weten welke data de opvolgende fase nodig heeft zodat de juiste data eenmalig wordt gemaakt en dubbel werk wordt voorkomen.”

Knoppencursus

Bartelds benadrukte dat deze BIMPraat sessie nadrukkelijk geen ‘knoppencurses’ was. “Wie hier is gekomen voor uitleg over hoe IFC precies werkt, zit in de verkeerde zaal. We zoomen in op de informatiefunctie die IFC heeft en hoe dat deze daaraan voldoet. Maar ook hoe we dit vervolgens kunnen garanderen”, stelde Bartelds die eenmaal op stoom veel informatie kan spuien.

BIM aan basis van ILS

Vervolgens sprak Bartelds over de specificaties voor het leveren van informatie die zijn opgesteld door een aantal enthousiaste BIM-mende aannemers. Hij noemde dit een ‘fantastisch initiatief’ want het levert de juiste informatie voor aannemers in het algemeen. “Maar hoe zit het met opdrachtgevers en/of vastgoedbeheerder? Hebben zij daar ook iets aan”, vroeg Bartelds zich hardop af en aan de hand van een aantal eenvoudige voorbeelden toonde hij aan dat de informatie die wordt gevraagd vaak niet hetzelfde is als de informatie die in het BIM-model wordt getoond. “Het is daarom bij de start van elk project van groot belang om vast te stellen wie welke informatie wanneer en in welke fase nodig heeft.”

Confronterend

Bartelds confronteerde de deelnemers aan de BIMPraat verder met een voorbeeld over brandwerendheid, ook wel fire rating. Deze wordt in het IFC-model getoond in minuten (30, 60, 90) maar nergens staat vermeld wat deze voorstelt. “Gaat het om de wettelijke eisen of een aanvullende eis van een klant”, aldus Bartelds? “Gaat het over de prestatie van het object volgens de leverancier? Of hebben we het over de prestatie van het object gemeten in de as build-situatie? Heldere afspraken over de data in het model dienen van tevoren worden gemaakt zodat iedereen weet wat de betekenis is van de data die je uitleest”, benadrukte Bartelds.

Toekomst

Het gebruik van IFC zal in de toekomst steeds meer toenemen, zoveel is zeker. De centrale boodschap van deze BIMPraat was dus dat het juist daarom belangrijk is dat alle deelnemers aan een project werken met duidelijke afspraken. De standaardisatie van IFC wordt geborgd door BuildingSmart. “Ieder die werkzaamheden in de bouw verricht, doet er goed aan om bij elk project en voor elke fase duidelijk te maken wat hij nodig heeft”, aldus Bartelds. “Het opstellen van afspraken zoals de BIM basis ILS levert een goede bijdragen aan het bereiken van dat doel. Zo leg je een basis voor verdere uniformering van de spelregels. En dat is voor softwareontwikkelaars een basis voor het uniformeren van de uitwisseling van data.”

UAV naar UBV

In het verleden zijn uit de vele lokale afspraken de Uniforme Administratieve Voorwaarden UAV ontstaan. Wie weet, kunnen lokale BIM-afspraken de basis leggen voor UBV: Uniforme BIM Voorwaarden.

De BIMPraat sessies worden maandelijks georganiseerd door Het Nationaal BIM Platform.

0

PREVIOUS POSTSPage 1 of 2NO NEW POSTS